Inhoud

Advent meditatie

Door: Paus Benediktus

Advent

De Advent is bij uitstek de periode van de hoop. Ieder jaar verschijnt deze fundamentele geestelijke houding in het hart van de Christenen, terwijl ze zich voorbereiden op het grote feest van de geboorte van Christus de Verlosser, opnieuw Zijn komst in heerlijkheid aan het einde van de tijd herleven. Het eerste gedeelte van de Advent verwijst juist naar de parousia, naar de laatste komst van de Verlosser. De korte lezing, genomen uit de Eerste Brief aan de Tessalonicensen (1 Tess.5,23-24), maakt een expliciete verwijzing naar de uiteindelijke komst van Christus door juist het gebruik van de Griekse term parousia De Apostel spoort de Christenen aan om zich zelf voorbereid en ongerept te houden, maar bovenal moedigt hij hen aan op God te vertrouwen, Die “getrouw is” en Die niet zal falen in het geven van deze heiliging aan allen die antwoorden op Zijn genade.

Aanschijn

De Advent is verbonden met de kennis van het aangezicht van God, het aangezicht van Jezus, de Eniggeboren Zoon, geopenbaard aan ons door Zijn menswording, Zijn aards leven en Zijn prediking en vooral door Zijn dood en Verrijzenis. Ware en standvastige hoop is gebaseerd op het geloof in Gods liefde, de barmhartige vader die “de wereld zozeer de wereld liefhad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”(Joh.3,16), opdat mannen en vrouwen en met hen alle schepselen leven in overvloed zouden hennen. Advent is daarom de gunstige tijd om de hoop te herontdekken, dat dit niet vaag is en droevig, maar zeker en betrouwbaar, want het is “gegrondvest” in Christus, de mensgeworden God, de rots van onze verlossing.

Antwoord geven

De mens is het enige schepsel dat vrij is om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen de eeuwigheid, tegen God. De menselijke persoon is in staat om de hoop in hem te doven, door God uit te sluiten uit zijn leven. Hoe kan dit? Hoe is dit mogelijk dat de schepping, ‘gemaakt door God’, intiem op Hem gericht, het schepsel het dichtst bij de Eeuwige Ene, zichzelf dat degenen die Hem ontkent niet Zijn ware aangezicht heeft herkend en dat nooit zal ophouden aan zijn deur te kloppen als een nederige pelgrim op zoek naar gastvrijheid. Daarom dat de Heer de mensheid een nieuwe tijd geeft opdat iedereen in de gelegenheid is om Hem te leren kennen!

Dit is ook de betekenis van een nieuw liturgisch jaar, dat we nu beginnen. Het is de gave van God die zich opnieuw wil openbaren aan ons in het mysterie van Christus, door het Woord en de Sacramenten. Hij wil tot de mensheid spreken en de mensen van nu redden door de Kerk. En Hij doet dit door hem steeds te ontmoeten om ‘te zoeken en te redden die verloren zijn’ (Lc.19,10).

In dit perspectief is de viering van de Advent het antwoord van Bruid van Christus aan het steeds nieuwe initiatief van God de Bruidegom ‘die is en die was en die komt” (Openb.1,8). God geeft de mensheid, dat geen tijd meer heeft voor Hem, meer tijd, een nieuwe ruimte om zich terug te trekken in hemzelf om een hernieuwde tocht aan te gaan om de betekenis van de hoop te herontdekken.

Hoop

Hier is dan een verrassende ontdekking: mijn, onze hoop wordt vooruit gegaan door de verwachting die God in ons laat ontwaken! Ja, God heeft ons lief en daarom verwacht Hij dat we dit teruggeven, dat we onze harten openen voor Zijn liefde, dat we onze handen plaatsen in die van Hem en dat wij herinneren dat wij Zijn kinderen zijn. Deze houding van God gaat altijd aan onze hoop vooraf, precies zoals Zijn liefde altijd ons het eerst bereikt. Op deze manier wordt de Christelijke hoop een ‘theologische’ genoemd: God is de bron, ondersteuning en doel.

Wat een grote bemoediging is er in dit mysterie! Mijn Schepper heeft in mijn geest een afspiegeling van het verlangen voor leven van allen gestort. Iedere persoon is geroepen te hopen, antwoord te geven op de verwachtingen die God voor hem heeft. Meer nog, deze ervaring toont ons dat het precies dit is. Waarom blijft de wereld iets anders doen dan Gods vertrouwen in de mensheid? Het is het vertrouwen dat weerspiegeld wordt in de harten van de kleinen, de nederigen, wanneer zij iedere dag hun best doen om door de moeilijkheden en het werk heen dat kleine beetje goed te doen dat echter in de ogen van God toch groot is. In het gezin, op het werk, op school, in de diverse sociale omstandigheden. Hoop is onweerlegbaar vast gelegd in het hart van de mens omdat God onze Vader is van het leven en voor het eeuwige leven en de schoonheid zijn we gemaakt.

God met ons

Ieder kind is geboren als teken van vertrouwen in God en in de mensen en een bevestiging, tenminste impliciet, van de hoop in een toekomst dat open is naar Gods eeuwigheid en dat gegeven is aan mannen en vrouwen. God heeft een antwoord gegeven op deze menselijke hoop door Hemzelf ook in de tijd te laten worden opgenomen als een klein menselijk wezen.

St. Augustinus zegt: “We hebben gedacht dat Uw Woord ver weg was van de gemeenschap met de mens, maar het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond”. Laten we daarom onszelf leiden door degene die in haar hart en in haar schoot het Vleesgeworden Woord heeft gedragen.

O Maria, Maagd van de verwachting en Moeder van de hoop, herleef de geest van de Advent in uw gehele Kerk, zodat de gehele mensheid opnieuw mag beginnen aan de weg naar Betlehem, vanwaar Hij kwam en dat de Zon, die ons van boven beschijnt, ons opnieuw zal willen bezoeken, Christus onze God.

Amen.

* Terug