Inhoud

De Engel van Fatima en de Eucharistie

Vereniging met God

Op het ogenblik van de derde verschijning van de Engel van Portugal in de herfst van 1916 hadden de drie herdertjes reeds opmerkelijke vorderingen gemaakt in het geestelijk leven. Daarbij was de Engel voor hen zeker een grote hulp, toch baten alle ingevingen en hulp van de Engel niets, wanneer zulke zaadkorrels van de genade niet in de vruchtbare akkergrond van goede en edelmoedige harten vallen. Vooral de edelmoedigheid en de volharding van de drie kinderen waren bewonderenswaardig. Hadden ze in hun ijver voor het spel en in een even grote tegenzin bij het bidden, de rozenkrans ingekort tot 50 korte schietgebeden: “Wees gegroet Maria!” “Heilige Maria!”, zo begonnen ze na de eerste verschijning van de Engel de rozenkrans in z’n geheel te bidden. Ook maakten ze het zich tot gewoonte om het gebed: “Mijn God, ik geloof” urenlang te bidden. Het kwam zelfs voor dat Francisco de beide anderen erop attent moest maken, dat het al schemerde en ze zich moesten haasten, om de schapen nog voor het invallen van de duisternis naar huis te brengen.

kinderen van FatimaNa de tweede verschijning van de Engel, waarin hij hen onderrichtte over de grote waarde van de boete en het offer, maakten zij zich spoedig vertrouwd met de geheimen van deze wetenschap der liefde. Ze ontdekten snel, dat de arme kinderen van het dorp maar al te graag het dagelijks middageten van hen overnamen, als ze samen de schapen naar de wei brachten. Ze leerden dat men kan leven van eikels en wilde bloembollen. Ze leerden wat een boetegordel is en waar het bij het gebed voor de zondaars op aankomt. Ze waren vervuld van een vurige en daarom edelmoedige liefde tot God.

De herdertjes zijn inderdaad te bewonderen, vooral als men bedenkt dat de bezoeken van de Engel zelden en van korte duur waren. Wij neigen ertoe – zo schijnt het – het mystieke leven te houden voor een aangelegenheid van een veelvuldige zalige en vertrouwelijke omgang met God. Zeker begint het geestelijk leven met de gelukzalige ontdekking, hoe goed God is en hoe persoonlijk Hij ieder van ons afzonderlijk bemint. Maar dit gelukzalig welbehagen is slechts het eerste deel van de liefde. Een volmaakte liefde moet erbij komen, die bestaat in het vaste voornemen, de wil van God te vervullen en Hem in alles te verheerlijken. Deze wil was het die, verlicht door de drie Goddelijke deugden en in en door deze werkend, de herdertjes tot zulk een innige vertrouwdheid en vereniging met God bracht en ze dientengevolge ook in de diepte van het geheim van het kruis liet doordringen. In die tijd was de Moeder van God reeds diep in hun leven binnengetreden en bood hen verdere buitengewone genaden aan, overeenkomstig de maat van hun bereidheid om op te nemen.

Inderdaad vroeg de Moeder van God meteen bij het begin van haar verschijningen op 13 mei: “Willen jullie je aanbieden aan God om alle lijden, dat Hij jullie laat ondergaan, te verdragen als eerherstel voor de zonden, waardoor Hij beledigd wordt, als smeekbede voor de bekering van de zondaars?” “Ja, dat willen we!” was hun antwoord. En de Moeder Gods hernam: “Dan zullen jullie veel te verduren krijgen, maar de genade van God zal jullie tot steun zijn”. Haar Onbevlekt Hart wilde beslist een veilige toevlucht voor hen zijn en een bron, die overvloeit van genade, kracht en troost. Ook had zij, de Middelares van alle genaden, nooit kunnen vergeten, hoe de Goddelijke genade op unieke wijze in haar eigen leven binnengereden was bij de boodschap van de Aartsengel Gabriël.

Dat is zeker ook een reden waarom ze een Engel naar de herdertjes heeft gezonden om ze op hun zending voor te bereiden, zoals ze immers zelf door een Engel werd voorbereid. De woorden van St. Gabriël aan Maria en Maria’s liefdevolle jawoord op de wil van God: “Mij geschiede naar uw woord!” vinden hun hoogste vervulling daarin, dat het Woord in haar schoot vlees aanneemt en mens wordt. Bij het derde en laatse bezoek van de engel van Portugal bracht hij de kinderen datzelfde vlees geworden Woord Gods op sacramentele wijze. God werd mens zodat wij met Hem één kunnen worden in het H. Sacrament.

De derde verschijning: De Eucharistie en de “Allerheiligste Drievuldigheid”

Het H. Sacrament is de sleutel tot de derde verschijning van de Engel. Wederom verschijnt hij aan de kinderen als ze buiten waren en hun schapen hoedden. Niettemin hadden ze tijd gevonden om de rozenkrans en het gebed van de Engel te bidden. Wat zou er voor de Engel nog overgebleven zijn om te zeggen? Hij had ze reeds geleerd hoe ze moesten bidden en dat ze hun liefde door offers tot uitdrukking moesten brengen. En ze waren uiterst edelmoedig in het gebed en het brengen van offertjes. Maar wie kan God aan edelmoedigheid overtreffen? Alles wat God ons in dit leven geeft of neemt, is afgestemd op die volkomen overgave van Zichzelf, welke wij op de allereerste plaats in het H. Sacrament proeven.

Engel van Fatima met H. EucharistieToen de Engel in de Loca do Cabeço verscheen, “droeg hij een kelk in de hand en daarboven een Hostie, waaruit enige druppels bloed in de kelk drupten”. De Engel liet de kelk en Hostie in de lucht zweven en boog zich met de kinderen tot op de grond en bad: “Allerheiligste Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid u met diepe eerbied en ik offer u op het allerkostbaarst Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus, tegenwoordig in alle tabernakels op aarde, tot eerherstel van de beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheid waardoor Hij wordt beledigd. En door de oneindige verdiensten van Zijn allerheiligst Hart en van het Onbevlekt Hart van Maria bid ik u om de bekering van de arme zondaars”.

Daarna richtte de Engel zich op, nam de Hostie en gaf ze aan Lucia, terwijl hij Jacinta en Francisco de inhoud van de kelk te drinken gaf. Daarbij zei hij: “Neemt en drinkt het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, dat ontzettend beledigd is door de ondankbare mensen. Brengt eerherstel voor hun misdaden en troost uw God”. Dan boog hij zich weer met de kinderen ter aarde en herhaalde driemaal het gebed tot de Allerheiligste Drievuldigheid en verdween.

Zoals het eerste gebed “Mijn God, ik geloof” een samenvatting van heel de wet en de profeten is, in zoverre het ons in de vorm van een gebed een volmaakte uitdrukking geeft van de liefde tot God en tot de naaste, zo is dat nieuwe gebed “Allerheiligste Drievuldigheid” een samenvatting van de gehele openbaring van het Nieuwe Testament, bestaande uit de openbaring van de Allerheiligste Drievuldigheid en van Gods plan tot verlossing van de mensheid door de kruisdood van de mens geworden Zoon van God. Zijn dood wordt iedere dag opnieuw tegenwoordig gesteld in het H. Misoffer en in de H. Communie. Maria, de Moeder van Jezus en onze Moeder, is de Middelares van alle genaden. De gebeden van de Engel vatten daarmee de wezenlijke leer van het Oude en het Nieuwe Testament samen: het zijn goed beschouwd bijbelse gebeden.

Het gebed tot de Allerheiligste Drievuldigheid is zeer geschikt als voorbereiding op het ontvangen van de H. Communie en ook daarna als dankzegging. De sacramenten van Christus brengen in al degenen, die ze in de juiste gesteltenis ontvangen, op werkzame wijze genaden voort. Weliswaar is deze openheid voor de sacramenten verschillend van grootte, wat ook verklaart, waarom zo vele mensen, die reeds jarenlang de H. Communie ontvangen, toch niet de heiligheid bereiken: ze werken slechts in geringe mate met de genaden mee en bereiden zich niet behoorlijk voor op de komst van Jezus in hun ziel. Als we dit gebed of gelijksoortig geformuleerde gebeden samen met onze Engelbewaarder zouden bidden, dan zouden wij beslist een groter geestelijk voordeel uit onze H. Communie verkrijgen, en als wij meer voor anderen zouden bidden, dan zouden deze weer rijkere genaden verkrijgen om aan de sacramenten van Christus met meer edelmoedigheid te kunnen beantwoorden.

Hoe treurig is het, dat bij veel zielen de H. Communie voorbij is, zodra ze de Hostie hebben doorgeslikt. In plaats van innig met Christus in hun hart te spreken, laten ze hun blik door de kerk dwalen, kijken op de klok en rennen naar de parkeerplaats, zodra de Mis ten einde is. Hier leert ons de Engel, God een passende dankzegging aan te bieden. Een traditie in de Kerk raadt ons aan, tenminste 15 minuten dankzegging te houden. De H. Alphonsus van Liguori gaf aan de priesters de aanbeveling om na de H. Mis een uur dankzegging te houden. De tijd waarin wij onze God, Jezus Christus, geheel voor ons alleen in een ‘privé-audiëntie’ hebben, is onbetwistbaar de kostbaarste tijd van onze dag. Als de mensen Zijn eucharistische tegenwoordigheid in hun hart al niet goed weten te benutten, dan kan men nauwelijks aannemen, dat ze bij andere gelegenheden een grote vurigheid aan de dag zullen leggen in hun liefde tot God.

De zending van de Engel: ons naar God te leiden

Het is de zending van de Engel om ons naar God te leiden en naar de plaats die Hij ons heeft bereid. God is in het Allerheiligste Sacrament met Lichaam en Bloed, met Ziel en Godheid in ieder tabernakel op aarde tegenwoordig. Christus, het vleesgeworden Woord van God, neemt de gedaanten aan van brood en wijn om als voedsel in ons binnen te kunnen gaan en zo in ons, ons leven en onze weg naar de Vader te zijn.

De Engel is bij dit alles een behulpzame vriend, een bode en een door God gezonden bemiddelaar, die de zielen naar deze persoonlijke vereniging met God moet leiden en ze moet onderrichten in de edelmoedigheid van de liefde. De Engel is als een tweede Johannes de Doper, die zich verheugt als hij de stem van de bruidegom, Jezus Christus, hoort, voor wie hij de weg bereid heeft en voor wiens tegenwoordigheid in de ziel hij zich eerbiedig terugtrekt.

In het geestelijk leven gaat het in wezen om het groeien in de vereniging met God. Een door de liefde werkend geloof is de sleutel tot de heiligheid. Al het andere is hieraan ondergeschikt. De bekoring is aanwezig om te denken: “O als ik ook maar zulke hemelse visioenen en verschijningen zou hebben, dan zou ik beslist een heilige zijn!” Maar noch visioenen, noch buitengewone verschijnselen brengen heiligen voort, maar enkel en alleen het bovennatuurlijke meewerken van onze vrije wil met de genade van God. De Goddelijke Voorzienigheid nodigt ons allen uit om heilig te worden en schenkt aan ieder van ons de genade en de middelen om dit grote doel te bereiken. De navolging van Christus, van Zijn Moeder en van de heiligen is de veiligste weg naar de hemel. Als God op profetische wijze in onze wereld ingrijpt, zoals Hij het in Fatima door de Engel en door de Moeder Gods heeft gedaan, dan mogen wij daarbij niet vergeten, dat Hij als God altijd bij ons is in al wat wij denken en doen.

Eucharistische JezusVoor het vurig verlangen van Zijn liefde was het niet genoeg om op Goddelijke wijze bij ons te zijn. Hij wilde ook met Zijn mensheid altijd bij ons blijven. In ieder tabernakel van de wereld is Hij tegenwoordig met Lichaam en Bloed, met Ziel en Godheid, - ons beminnend, op ons wachtend en verlangend naar onze liefde. De derde verschijning van de Engel is een grote openbaring van deze liefde van onze Heer. Hij wil niet alleen in het tabernakel blijven; Hij wil in onze harten binnengaan. Eeuwen van Jansenisme hebben bewerkt dat de harten van de mensen koud zijn geworden. Weinigen waagden het nog om de H. Communie dikwijls te ontvangen.

Tegenover de eenzijdig nadruk op Gods Majesteit hadden de mensen vergeten, wat Paus Pius X zo treffend heeft gezegd: “Het verlangen van Jezus Christus en van de Kerk, dat alle gelovigen dagelijks tot het Heilig Maal moeten naderen, is gericht op het buitengewoon belangrijke doel, dat de met Christus door het sacrament verenigde gelovigen hieruit kracht scheppen, om aan hun zinnelijke hartstochten te weerstaan, zich van de vlekken van hun dagelijkse gebreken te reinigen en die zware zonden te vermijden, waarvoor de menselijke zwakheid vatbaar is. Het hoofddoel is dus niet, dat de aan de Heer toekomende eer en eerbied wordt bewezen of dat de H. Communie, voor degene die ze ontvangt, als erkenning of beloning voor zijn deugden wordt verleend. Vandaar noemt het heilig Concilie van Trente de Eucharistie ‘het geneesmiddel waardoor wij van onze dagelijkse zonden worden bevrijd en voor de doodzonden worden bewaard”1).

Deze woorden van Paus Pius X dienen tot een dieper begrip voor ons, waarom de Engel aan de kinderen na zijn onderrichting over het gebed en het offer tot vergeving van de zonden het heiligste Altaarsacrament bracht, dat eenvoudigweg het volmaakte sacrament van het heil is.Daardoor dat de Engel het heiligste Altaarsacrament aan de kinderen uitdeelde, gaf hij ook een profetische onderrichting over zijn plaats in ons geestelijk leven. Wij willen nu beknopt enige punten toelichten.

De eerste H. Communie van Francisco en Jacinta

Het gat hier niet alleen om een buitengewoon ingrijpen van de Engel, in zoverre hij aan de kinderen de H. Communie uitdeelde, verschillende andere personen in de geschiedenis van de Kerk, zoals bijv. de H. Aloysius van Gonzaga, hebben de H. Communie van een Engel ontvangen – maar in dit geval gaf hij aan Francisco en Jacinta hun eerste H. Communie. Waarom deed de Engel dit? Lucia had haar eerste H. Communie reeds het jaar tevoren ontvangen. Ze zou bijna niet toegelaten zijn, - hoewel ze de catechismus beter kende dan alle andere kinderen – want men was van mening, dat ze met zes jaar eenvoudigweg nog te jong zou zijn.

Zeven jaar tevoren had de H. Pius X geboden dat kinderen die tot het gebruik van het verstand zijn gekomen (met ongeveer zeven jaar of iets daarboven of daaronder), tot de eerste H. Communie moeten worden toegelaten. Pius X toonde aan, dat dit de wil van Christus is: “Laat de kinderen tot Mij komen en houdt ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods”2).

Weliswaar was dit decreet niet nieuw. De kindercommunie werd reeds gepraktiseerd in de vroege Kerk. Het vierde Lateraanse Concilie (1215) en weer later het Concilie van Trente hadden geleerd, dat die kinderen, die tot het gebruik van het verstand gekomen zijn, tot de H. Communie moeten worden toegelaten. De verschijning van de Engel was een teken voor het aandringen van de hemel, dat de tot dan toe vertraagde kindercommunie ( zeven eeuwen van 1215 – 1916!) nu aan het begin van de 20e eeuw zo snel mogelijk in- en doorgevoerd zou moeten worden. Het was een zaak die Paus Pius X zeer na aan het hart lag, dat de kinderen de tedere liefde van Christus in de Heiligste Eucharistie niet zouden moeten ontberen, daar ze anders “beroofd van deze sterke hulp en omgeven door zo veelvuldige bekoringen hun onschuld verliezen en reeds vóór het smaken van de heilige geheimen in slechte gewoontes zouden kunnen vervallen”3).Op profetische wijze bracht de Engel het pauselijk decreet ten uitvoer, doordat hij Jacinta en Francisco uitnodigde om op zo’n prille leeftijd hun eerste H. Communie te ontvangen.

De Communie onder beide gedaanten

H. EucharistieHet is ook opmerkelijk dat de Engel aan de beide kinderen de Eucharistie onder de gedaanten van brood en wijn gaf. Dat wil zeggen: hij gaf aan Lucia de Hostie, het Lichaam van Christus, en aan Jacinta en Francisco de Kelk met het Kostbaar Bloed. Vandaar kunnen we zeggen, dat het de Engel van Fatima was, die de Communie onder de beide gedaanten ‘weer invoerde’ in de Westerse Kerk. De Oosterse ritussen van de Katholieke Kerk heeft de Communie onder de beide gedaanten altijd behouden, misschien ten dele daarom, omdat ze bijna altijd onder vervolging leden, terwijl dit in de Latijnse Kerk niet het geval is. Het is natuurlijk duidelijk, dat wij Christus in ieder van de beide gedaanten geheel ontvangen, met Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid, zoals de Kerk altijd heeft geleerd. Als wij bovendien een symbolische reden wilden zoeken, dan zou het de volgende zijn: Het brood is het symbool van het leven en daarom deelname aan het leven van Christus, terwijl het bloed, “dat voor u werd vergoten”, daarentegen een passender symbool is voor het offer en de dood van Jezus.

Uit de Kelk van Jezus drinken betekent, deel hebben aan Zijn lijden. Deze symboliek kan men ook toepassen op de Eucharistie. Zo was de handelwijze van de Engel op de vooravond van de communistische revolutie profetisch, want het goddeloze atheïsme van de 20e eeuw vergoot meer bloed en heeft meer martelaren naar de hemel geleid dan alle vervolgingen van alle vroegere eeuwen tezamen. De 20e eeuw is waarlijk de eeuw van de martelaren in de Kerk. Daarom kunnen wij zo optimistisch uitzien naar de 21e eeuw, want het bloed van de martelaren kan immers alleen maar duiden op een grote nieuwe lente en een nieuw opbloeien van het geloof en de genade in de Kerk.

Jacinta: een zoenoffer voor de zondaars; Francisco: de trooster van Christus

JacintaHoewel de kinderen van Fatima geen martelaren waren, bewezen zij in hun heldhaftig lijden nochtans de moed van de martelaren, vooral Jacinta en Francisco. Lucia die de Hostie ontving, was ertoe geroepen om als getuige van de Goddelijke plannen van liefde en barmhartigheid door de Harten van Jezus en Maria te l e v e n , terwijl Jacinta en Francisco, die uit de Kelk het Bloed van Christus dronken, geroepen waren om vooral aan Zijn offerdood deel te hebben. Inderdaad hadden die beiden binnen een paar jaar hun levensoffer volbracht en stierven bereidwillig zeer jong een dood van verzoening.

Wat Francisco betreft, herinnert Lucia zich: “Gedurende zijn ziekte scheen hij steeds vrolijk en tevreden”. Op zekere dag vroeg ze hem: “Francisco, heb je veel pijn?” “Tamelijk veel; maar dat kan me niets schelen. Ik lijd om O. L. Heer te troosten; bovendien ga ik binnenkort naar de hemel!”

Lucia vroeg ook aan Jacinta, of ze veel pijn had. Zij antwoordde overeenkomstig: “Ja, da heb ik; maar ik draag het op voor de bekering van de zondaars en tot eerherstel voor het Onbevlekt Hart van Maria”. Daarop sprak ze opgetogen over O. L. Heer en over O. L. Vrouw en zei: “Ik lijd graag uit liefde voor Hem! Om Hem te tonen dat ik van Hem houd! Zij houden veel van ons, als wij ons lijden opdragen voor de bekering van de zondaars”.

De andere waarheid waarmee wij door de Communie onder beide gedaanten vertrouwd gemaakt worden, is het bewust worden van de innige verbinding tussen de H. Communie en het H. Misoffer. Paus Pius XII drukte deze waarheid zeer precies uit, doordat hij zei: “Door het genieten van het Brood van de Engelen kunnen wij door de ‘sacramentele’ Communie…ook deel krijgen aan het offer”4). Dat wil zeggen dat de H. Communie er is omwille van de deelneming aan het offer van Christus. Wij ontvangen de H. Communie om met Christus één te worden in Zijn offer aan de Vader, waardoor Hij twee grootse daden van liefde wenste te volbrengen: de verheerlijking van God en de redding van de zondaars.

Jacinta en Francisco zijn representanten van deze beide wegen van eucharistisch leven. Jacinta had een onverzadigbaar verlangen, zich op te offeren voor de redding van de zondaars, die ze zo zeer beminde. Geen offer voor hun redding was haar te groot. Ze verlangde hun “misdrijven weer goed te maken”.

Francisco daarentegen was geheel en al vervuld van de wens om helemaal in de eucharistische aanbidding op te gaan om “zijn God te troosten”. Omdat hij wist dat hij spoedig zou sterven, bracht hij heel de dag door in aanbidding voor de ‘verborgen Jezus’ in het tabernakel. Lucia vertelde dat ze Francisco, als ze hem op de weg van de school naar huis in de kerk afhaalden, nog steeds knielend op dezelfde plaats aantroffen.

Waarom op de Loca do Cabeço?

Het verband tussen de H. Communie en het offer van Christus helpt ons om de betekenis van de Loca do Cabeço te begrijpen. ‘Cabeço’ betekent letterlijk het hoogste punt van een berg of heuvel. Maar het woord zelf is genomen van een vergelijking met de mens, diens hoogste punt is de ‘cabeça’, wat in het Portugees kop, respectievelijk hoofd betekent. Dus verscheen de Engel aan de kinderen – nu toegepast op de bijbelse schouwplaats – op de plaats van het hoofd of van de schedel. Dat wil zeggen, men zou de Loca do Cabeço als symbolische tegenhanger van Golgotha kunnen zien. Op Golgotha hebben wij het werkelijke lijden en sterven van Christus in Zijn mensheid. Dit offer wordt dagelijks in het H. Misoffer hernieuwd.

Op de Loca do Cabeço maakte de Engel de kinderen vertrouwd met de ‘eucharistische Passie’ van Jezus, die in het allerheiligste Sacrament door de zonden van de ondankbare mensen vreselijk wordt beledigd. En zo mobiliseerde hij de kinderen en door hen de gelovigen van tegenwoordig om boete te doen voor deze misdaden en God de Heer te troosten.

Deze derde, eucharistische verschijning van de Engel maakt ons attent op de noodzaak van de eucharistische aanbidding en op de noodzaak van het gebed en het offer, om de zonden van de mensen weer goed te maken. Zoals bekend zijn dit de kenmerken, die hun stempel drukken op de spiritualiteit van het laatste deel van deze eeuw. Indien ze reeds op zijn begin hun stempel zouden hebben gedrukt, dan zou het communisme zijn mislukt en zou er geen tweede wereldoorlog geweest moeten zijn.

Vrede en Gods tegenwoordigheid

FranciscoDit was de laatste openbaring van de Engel aan de drie kinderen. Wij kunnen hetgeen de Engel in zijn zending heeft volbracht, niet treffender uitdrukken dan met Lucia’s eigen woorden: “Onder de invloed van de bovennatuurlijke kracht die ons omhulde, deden we de Engel alles na, d.w.z. we bogen met hem ter aarde en herhaalden de gebeden die hij zei. De kracht van de aanwezigheid van God was zo intens, dat ze ons bijna helemaal in zich opnam en vernietigde. Ze scheen ons zelfs een hele tijd van het gebruik van onze zintuigen te beroven. In die dagen verrichtten we de materiële handelingen, alsof we door hetzelfde bovennatuurlijke wezen, dat ons daartoe aanzette, ertoe gebracht werden. De vrede en het geluk dat we alleen innerlijk voelden, was heel groot met de ziel volledig gericht op God”.

Door de kinderen naar Christus in de Eucharistie te leiden had de Engel zijn zending volbracht. Hoewel hij uit hun ogen verdween, hield hij niet op om ze onzichtbaar in de vervulling van hun plichten te leiden en te ondersteunen. Hij noemde zich de Engel van de Vrede en nu, nadat hij hen met Christus in de Eucharistie had verbonden, verkregen zij een grote en innerlijke vrede, die alleen uit het één zijn met God en uit het verzonken zijn in God kan komen.

Christus is in het Allerheiligste Altaarsacrament tegenwoordig en wacht op ons. Hoe graag zou de Engel met ons willen bidden, ons sterken in gebed en offer en ons leiden naar de vereniging met God. Wat hebben we nog meer nodig om heilig te worden?! (citaten en gebeden uit het boek: Herinneringen van Zuster Lucia)

P. William Wagner ORC

Terug

1) Pius X, Sacra Tridentina Synodus, 20 december 1905
2) Mc. 10,14
3) Vgl. Quam Singular 1910
4) Mediator Dei, nr. 118