Inhoud

De H. Engelen in de Openbaring van Johannes

Het boek van de geheime Openbaring van de apostel Johannes is het “Boek van de Engelen bij uitstek” in de Heilige Schrift. Een professor heeft eens gezegd, dat wanneer men het boek van de “Handelingen van de apostelen” als zodanig noemt, dan zou men de geheime Openbaring van Johannes de “Handelingen van de Engelen” moeten noemen.

Door een Engel geopenbaard

Visioen van JohannesAlle openbaringen en visioenen, die in dit laatste boek van de Heilige Schrift zijn opgetekend, werden van JEZUS CHRISTUS door een Engel aan de apostel Johannes meegedeeld, zoals het opschrift van dit boek duidelijk aangeeft: “Openbaring van JEZUS CHRISTUS, die GOD Hem gegeven heeft, om aan zijn dienstknechten te tonen wat spoedig moet gebeuren. Hij heeft zijn Engel gezonden om haar mee te delen aan zijn dienstknecht Johannes.” 1) Meteen in de inleiding wenst Johannes in zijn groet aan de klein-Aziatische gemeenschappen genade en vrede en wel niet alleen in de naam van JEZUS CHRISTUS, maar ook – wat tot dan toe geheel ongebruikelijk was in de Heilige Schrift – in de naam van “de zeven geesten” voor de troon van GOD: “Johannes aan de zeven kerken in Asia. Genade zij u en vrede van hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon…” 2)

Dan ziet Johannes JEZUS CHRISTUS die in zijn rechterhand zeven sterren had. De Heer zelf verklaart het hem: “Dit is het geheim van de zeven sterren die gij in mijn rechterhand gezien hebt, en van de zeven gouden luchters: de zeven sterren zijn de Engelen van de kerken, en de zeven luchters zijn de zeven kerken.” 3)

De brieven aan de zeven kerken

Het tweede en derde hoofdstuk bestaat uit brieven aan de Engelen van zeven kerken, waarin de apostel in naam van GOD vermaningen en aanwijzingen uitspreekt. Hij schrijft bijv. aan de Engel van de kerk te Efeze: “Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt opgegeven.” 4) Gaat het bij deze “Engelen van de zeven kerken” slechts om de leiders, dus om de bisschoppen van de zeven klein-Aziatische plaatselijke kerken, of gaat het hierbij om werkelijke Engelen? Origenes 5) zei: Iedere kerk wordt bewaakt door twee leiders (wachters), door een zichtbare, de bisschop, en door een onzichtbare, een Engel, die door GOD aan deze plaatselijke kerk als wachter en beschermer is toegewezen.

Johannes echter duidt beide aan als Engelen, omdat ze een heel gelijksoortige opgave hebben, te waken over de gelovigen van de kerk en hen de Blijde Boodschap te brengen. Het commentaar in de “Jerusalemer Bibel” zegt iets dergelijks: “Volgens de Joodse voorstelling bestuurden Engelen niet alleen de materiële wereld, maar ook de personen en de gemeenschappen. Iedere kerk, die een brief ontvangt, wordt dus…. door een Engel geleid die voor haar verant-woordelijk is.”

De vier levende wezens

De vier levende wezens echter, die Johannes in stromend licht schouwt en over wie de profeet Ezechiël reeds had gesproken, worden door de ziener op Patmos geschilderd voorzien van zes vleugels. In deze gestalte zag de profeet Jesaja de Serafijnen; en net als de door Ezechiël geschouwde wielen zijn deze zesvoudig gevleugelde schepselen van binnen en buiten vol met ogen. Deze vier levende wezens bevatten alle kenmerkende kentekenen die de Engelen rond de troon van GOD vertoonden, geschouwd door de profeten van het Oude Testament. Deze vier levende wezens “roepen zonder rusten dag en nacht: Heilig, heilig, heilig, Heer, GOD, Albeheerser, die was en die is en die komt.” 6)

De boekrol en het Lam

Het Lam en het boekEen volgend visioen, wat de H. Johannes ten deel viel, en waarin een Engel een rol speelt is het visioen van de verzegelde boekrol: 7) “Toen zag ik in de rechterhand van Hem die op de troon is gezeten, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, en verzegeld met zeven zegels. En ik zag een machtige Engel, die riep met luide stem: ‘Wie is waardig het boek te openen en zijn zegels te verbreken?’ Maar niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde was bij machte het boek te openen en te lezen.” 8)

De machtige Engel met de overal hoorbare stem nodigt heel de schepping uit om het verzegelde boek te openen. De dramatische vraag van de Engel is niet bedoeld om de schepping haar onmacht te laten voelen, maar veelmeer om de heilsbetekenis van het Lam te doen uitkomen. Want alleen het Lam kan het verzegelde boek openen.

De Engelen zijn de krachtige geweldenaren van GOD

De engelvisioenen van de ziener op Patmos gaan nog verder: “Toen zag ik een andere sterke Engel neerdalen van de hemel, gehuld in een wolk, de regenboog boven zijn hoofd. Zijn gelaat was als de zon en zijn benen als uilen van vuur.” 9) Deze sterke Engel, die Johannes zag, heeft menige overeenkomst met de Men-senzoon, die verschijnt voor het oordeel van de wereld. Ook hij daalt in een wolk als in een mantel gehuld van de hemel neer.

In het verband met de schildering van deze apocalyptische Engel is de opmerking geschikt, dat in dit laatste boek van de Heilige Schrift, net zoals in alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, de Engelen nooit lief en aardig worden voorgesteld als “engeltjes”; zij worden altijd veelmeer geschilderd als geweldige persoonlijkheden, als boden van de eeuwige heilsbeschikkingen van GOD en als uitvoerders van het Laatste Oordeel.

Strijd tussen goed en kwaad

Johannes kreeg dan in een volgend visioen ook het conflict tussen de goede en de opstandige Engelen te zien: “Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn Engelen moesten oorlogen tegen de draak. Ook de draak streed en zijn engelen. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet, die de hele wereld verleidt; neergeworpen werd hij op de aarde en zijn engelen met hem.” 10)

Hemelse liturgie

Hemelse liturgie

Aan het einde schildert Johannes ons de overgrote hemelse vreugde van de Engelen over de bruiloft van het Lam, wat eucharistisch te duiden is: “Wat ik daarna hoorde, was als de machtige stem van een grote menigte uit de hemel. En zij riepen: ‘Alleluja! Het heil en de eer en de macht zijn van onze GOD’.” 11) En verder sprak hij (de Engel, de leider van het hemelse koor) tot mij: ‘Schrijf op: zalig zijn die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam’. En hij voegde eraan toe: ‘Dit zijn de eigen woorden van GOD.’ Toen viel ik voor zijn voeten neer om hem te aanbidden maar hij zei: ‘Dat nooit! Aanbid GOD alleen. Ik ben slechts een dienstknecht zoals gij en uw broeders die het getuigenis van JEZUS bezitten’. 12)

Samenvatting

Men zou nog veel afzonderlijk kunnen zeggen over de Engelen in de zicht van de ziener op Patmos. In ieder geval volgt duidelijk uit alle aanwijzingen van de Apocalyps over de Engelen, 1. dat zij schepselen zijn van GOD, zoals wij mensen.

2. dat zij echter ons mensen ver overtreffen in macht en kennis, maar ook in de opgaven die hen in de schepping en de heilsgeschiedenis zijn toevertrouwd.

3. dat zij in hun diensten nauw met CHRISTUS verbonden zijn, zo zeer bijv. dat ze als de ogen en de horens van het Lam worden afgebeeld (vgl. 5,6) om aan te duiden dat CHRISTUS in en door hen heen werkt.

Hun eerste en belangrijkste opgave is de verheerlijking van GOD en de vervulling van zijn wil, ook in de gebeurtenissen van de eindtijd. Hun aantal is zo groot, dat ons menselijk voorstellingsvermogen tekort schiet. Hun grootsheid is zo indrukwekkend dat wij mensen voor hen op de knieën gedwongen worden. Zij zeggen ons echter, dat niet zij, maar alleen GOD aanbeden moet worden, omdat Hem alleen alle eer en verheerlijking toekomt.

De H. Engelen zijn onze grote bondgenoten in de geestelijke strijd

Ongetwijfeld worden de goede Engelen, hun grootsheid en macht en hun opgaven in de Apocalyps daarom zo geschilderd, opdat de gelovigen inzien welke machtige vrienden en helpers hen in de strijd tegen de boze machten en krachten ter zijde staan. Maar omgekeerd worden deze met de Satan aan de top als de gevaarlijkste en onverzoenlijkste vijanden van het Rijk GODs in de Apocalyps beschreven. Satan, “de zevenkoppige draak”, is door het geslachte Lam, d.w.z. door de gekruisigde en verrezen Heer JEZUS CHRISTUS, in beginsel reeds van zijn macht beroofd. Hij zet echter in gevaarlijke “achterhoede gevechten”, zoals het een theologieprofessor eens uitdrukte, zijn strijd tegen CHRISTUS en zijn Kerk voort. Ondanks alle vertoon aan bruut geweld en sluwe listigheid en ondanks zware benadeling van de Kerk kunnen echter deze vijandelijke machten en krachten niets uitrichten tegen de wil van GOD.

Op de dag van het Oordeel zullen zij allen voor altijd in hetvuur van de hel worden geworpen. 13) Daarop berust het vertrouwen, die dit laatste boek van de Heilige Schrift van het Nieuwe Testament aan de gelovigen en de gehele Kerk, bijzonder aan de christenen in de vervolging, wil en kan overdragen. De Openbaring van Johannes is het grote boek van de christelijke hoop, het gemeenschappelijke zegelied van Engel en mens, het zegelied van de Kerk.

* Terug

1) Apok 1,1
2) Apok 1,4
3) Apok 1,20
4) Apok 2,4
5) Homilie XIII in Lucam
6) Apok 4,8
7) Apok 5,1-6
8) Apok 5,1-3
9) Apok 10,1
10) Apok 12,7-9
11) Apok 19,1
12) Apok 19,9-10
13) Vgl. Apok 20,10