Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

engelen_zijn_geestelijke_wezens [2009/08/13 17:48]
zrmariamechtild
engelen_zijn_geestelijke_wezens [2009/08/17 15:19] (huidige)
zrmariamechtild
Regel 1: Regel 1:
======Paus Johannes Paulus II: Engelen zijn geestelijke wezens====== ======Paus Johannes Paulus II: Engelen zijn geestelijke wezens======
- 
-{{:jphome1.jpg?200|  }}     
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
- 
==Generale audiëntie op 9 juli 1986== ==Generale audiëntie op 9 juli 1986==
-Wij kunnen onze catechese over God, de Schepper van de wereld, niet afsluiten, zonder een overeenkomstige aandacht te schenken aan een bepaalde inhoud van de goddelijke Openbaring: namelijk de schepping van zuiver geestelijke wezens, die de Heilige Schrift “Engelen” noemt. Deze schepping verschijnt duidelijk in de geloofsbelijdenissen, vooral in die van Nicea-Constantinopel: “Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is”. Wij weten dat binnen de schepping de mens een unieke positie geniet: Dankzij zijn lichaam behoort hij tot de zichtbare wereld, terwijl hij zich door de geestelijke ziel, die het lichaam doet leven, als het ware aan de grens tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld bevindt. Tot deze laatste behoren volgens de geloofsbelijdenis, die de Kerk in het licht van de Openbaring belijdt, nog andere, zuiver geestelijke wezens, die weliswaar niet tot de zichtbare wereld behoren, ook al zijn ze in haar aanwezig en werkzaam. Ze zijn een eigen wereld. +Wij{{  :jphome1.jpg?150|Paus JPII  }}    kunnen onze catechese over God, de Schepper van de wereld, niet afsluiten, zonder een overeenkomstige aandacht te schenken aan een bepaalde inhoud van de goddelijke Openbaring: namelijk de schepping van zuiver geestelijke wezens, die de Heilige Schrift “Engelen” noemt. Deze schepping verschijnt duidelijk in de geloofsbelijdenissen, vooral in die van Nicea-Constantinopel: “Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is”. Wij weten dat binnen de schepping de mens een unieke positie geniet: Dankzij zijn lichaam behoort hij tot de zichtbare wereld, terwijl hij zich door de geestelijke ziel, die het lichaam doet leven, als het ware aan de grens tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld bevindt. Tot deze laatste behoren volgens de geloofsbelijdenis, die de Kerk in het licht van de Openbaring belijdt, nog andere, zuiver geestelijke wezens, die weliswaar niet tot de zichtbare wereld behoren, ook al zijn ze in haar aanwezig en werkzaam. Ze zijn een eigen wereld.
Tegenwoordig, alsook in vroegere tijden, spreekt men met meer of minder wijsheid over de geestelijke wezens. Men moet toegeven dat de verwarring soms groot is en het gevaar met zich meebrengt iets als het geloof van de Kerk over de Engelen voor te stellen, wat niet tot het geloof behoort of, omgekeerd, een belangrijk aspect van de geopenbaarde waarheid over het hoofd te zien. Het bestaan van geestelijke wezens, die de Heilige Schrift gewoonlijk Engelen noemt, werd reeds ten tijde van Christus door de Sadduceeën geloochend. Evenzo worden ze door de materialisten en rationalisten van alle tijden bestreden. Maar, zoals een hedendaagse theoloog treffend opmerkt, “zou men zich van de Engelen willen bevrijden, dan zou men de H. Schrift zelf en met haar de gehele heilsgeschiedenis radicaal moeten herzien”. Tegenwoordig, alsook in vroegere tijden, spreekt men met meer of minder wijsheid over de geestelijke wezens. Men moet toegeven dat de verwarring soms groot is en het gevaar met zich meebrengt iets als het geloof van de Kerk over de Engelen voor te stellen, wat niet tot het geloof behoort of, omgekeerd, een belangrijk aspect van de geopenbaarde waarheid over het hoofd te zien. Het bestaan van geestelijke wezens, die de Heilige Schrift gewoonlijk Engelen noemt, werd reeds ten tijde van Christus door de Sadduceeën geloochend. Evenzo worden ze door de materialisten en rationalisten van alle tijden bestreden. Maar, zoals een hedendaagse theoloog treffend opmerkt, “zou men zich van de Engelen willen bevrijden, dan zou men de H. Schrift zelf en met haar de gehele heilsgeschiedenis radicaal moeten herzien”.