Je bent hier: start » jaar_van_de_priester

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

jaar_van_de_priester [2009/09/28 15:53]
zrmariamechtild
jaar_van_de_priester [2009/09/28 15:55] (huidige)
zrmariamechtild
Regel 65: Regel 65:
Hij verklaarde: “Mijn geheim is eenvoudig: alles geven en niets behouden”.((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 215)) Als hij met lege handen stond, zei hij tevreden tegen de armen die zich tot hem wendden: “Vandaag ben ik arm zoals jullie, ben ik één van jullie”.((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 216)) Zo kon hij aan het einde van zijn leven in alle rust zeggen: “Ik heb niets meer. Nu kan de goede God mij roepen als Hij wil!”((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 214)) Hij verklaarde: “Mijn geheim is eenvoudig: alles geven en niets behouden”.((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 215)) Als hij met lege handen stond, zei hij tevreden tegen de armen die zich tot hem wendden: “Vandaag ben ik arm zoals jullie, ben ik één van jullie”.((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 216)) Zo kon hij aan het einde van zijn leven in alle rust zeggen: “Ik heb niets meer. Nu kan de goede God mij roepen als Hij wil!”((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 214))
-Ook zijn zuiverheid was zoals die voor het dienstwerk van een priester noodzakelijk is. Men kan zeggen dat het de passende zuiverheid was van degene die dagelijks de Eucharistie moet aanraken en die Deze met de hele begeestering van zijn hart aanschouwt en met dezelfde begeestering aan zijn gelovigen reikt. Er werd van hem gezegd dat “de zuiverheid van zijn gezicht straalde”, en de gelovigen merkten op dat hij met de ogen van een verliefde naar het tabernakel keek.((Vgl. Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 216)) +{{  :vianney2.jpg?250|Pastoor van Ars}}Ook zijn zuiverheid was zoals die voor het dienstwerk van een priester noodzakelijk is. Men kan zeggen dat het de passende zuiverheid was van degene die dagelijks de Eucharistie moet aanraken en die Deze met de hele begeestering van zijn hart aanschouwt en met dezelfde begeestering aan zijn gelovigen reikt. Er werd van hem gezegd dat “de zuiverheid van zijn gezicht straalde”, en de gelovigen merkten op dat hij met de ogen van een verliefde naar het tabernakel keek.((Vgl. Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 216))
Ook de gehoorzaamheid van Johannes Maria Vianney werd geheel en al belichaamd in de smartelijk bevochten innerlijke instemming met de dagelijkse eisen van zijn ambt. Het is bekend hoezeer hij werd gekweld door de gedachte aan zijn tekortkomen voor het dienstwerk van pastoor en hoezeer hij wenste te vluchten “om in eenzaamheid zijn povere leven te bewenen”.((Vgl. Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 82-84; 102-103)) Alleen de gehoorzaamheid en zijn hartstocht voor de zielen konden hem ervan overtuigen op zijn post te blijven. Tegenover zichzelf en zijn gelovigen verklaarde hij: “Er zijn geen twee goede manieren om God te dienen. Er is er maar één: Hem zo dienen als Hij het wil.”((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 75)) De gouden regel voor een leven in gehoorzaamheid leek hem deze: “Alleen maar doen wat aan de goede God aangeboden kan worden.” Ook de gehoorzaamheid van Johannes Maria Vianney werd geheel en al belichaamd in de smartelijk bevochten innerlijke instemming met de dagelijkse eisen van zijn ambt. Het is bekend hoezeer hij werd gekweld door de gedachte aan zijn tekortkomen voor het dienstwerk van pastoor en hoezeer hij wenste te vluchten “om in eenzaamheid zijn povere leven te bewenen”.((Vgl. Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 82-84; 102-103)) Alleen de gehoorzaamheid en zijn hartstocht voor de zielen konden hem ervan overtuigen op zijn post te blijven. Tegenover zichzelf en zijn gelovigen verklaarde hij: “Er zijn geen twee goede manieren om God te dienen. Er is er maar één: Hem zo dienen als Hij het wil.”((Bernard Nodet, Jean-Marie Vianney, curé d'Ars, sa pensée, son coeur. p. 75)) De gouden regel voor een leven in gehoorzaamheid leek hem deze: “Alleen maar doen wat aan de goede God aangeboden kan worden.”