Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

theologische_grondslagen_van_een_engelenwijding [2010/02/01 10:33]
zrmariamechtild
theologische_grondslagen_van_een_engelenwijding [2010/02/01 10:39] (huidige)
zrmariamechtild
Regel 80: Regel 80:
In dit wijdingsgebed gaat het om een met de hulp van Maria verdiepte vereniging met de wijding van Jezus, de goddelijke Verlosser, voor het heil der wereld. De toewijding aan Maria heeft dus als eigenlijk doel Christus zelf. Daarmee wordt de mens niet alleen ontvanger van de genade van de Verlossing, maar neemt hij met Maria al evenzeer actief deel aan het Verlossingswerk zelf! In dit wijdingsgebed gaat het om een met de hulp van Maria verdiepte vereniging met de wijding van Jezus, de goddelijke Verlosser, voor het heil der wereld. De toewijding aan Maria heeft dus als eigenlijk doel Christus zelf. Daarmee wordt de mens niet alleen ontvanger van de genade van de Verlossing, maar neemt hij met Maria al evenzeer actief deel aan het Verlossingswerk zelf!
-====2.Wijdingen aan de H. Engelen====+====2.Toewijdingen aan de H. Engelen====
-===Over de zin van een wijding aan de H. Engelen===+===Over de zin van een toewijding aan de H. Engelen===
-De mogelijkheid van een wijding aan de heilige Engelen is af te leiden uit de natuur van de deugd van godsdienstigheid. “De Kerk vereert de Engelen”((KKK Nr. 352))  en beveelt hun verering tot verheerlijking van God aan: “In waarheid is het billijk en recht, U, almachtige Vader, te danken en in de heerlijkheid van de Engelen uw macht en grootheid te prijzen. Want het strekt U tot eer en lof, wanneer wij hen eren, die Gij geschapen hebt”.((Ordo Missae, Prefatie van de Heilige Engelen))+De mogelijkheid van een toewijding aan de heilige Engelen is af te leiden uit de natuur van de deugd van godsdienstigheid. “De Kerk vereert de Engelen”((KKK Nr. 352))  en beveelt hun verering tot verheerlijking van God aan: “In waarheid is het billijk en recht, U, almachtige Vader, te danken en in de heerlijkheid van de Engelen uw macht en grootheid te prijzen. Want het strekt U tot eer en lof, wanneer wij hen eren, die Gij geschapen hebt”.((Ordo Missae, Prefatie van de Heilige Engelen))
-De H. Bernhard van Clairvaux laat zien, wat voor een liefde wij jegens de Engelen zouden moeten beoefenen: “Hij (God!) beveelt zijn Engelen , u te behoeden op al uw wegen”.((Ps. 91,11)) Welk een eerbied moet dit woord u inboezemen, welk een overgave in u teweegbrengen en welk vertrouwen moet het u geven. Eerbied vanwege hun aanwezigheid, overgave vanwege hun welwillendheid, vertrouwen vanwege hun bescherming…Laat ons dus deze grote beschermers toegedaan en hen dankbaar zijn, hun liefde beantwoorden en ze eren, zoveel wij maar kunnen, zoals het onze plicht gebiedt. Heel onze liefde en verering moeten echter Hem gelden, door Wie hun en ons alles geschonken wordt, ook dat wij kunnen vereren en beminnen alsook eer en liefde ontvangen”.((Sermo 12 in Ps. 90))  In zulk een gezindheid van verering, overgave, dankbaarheid en vastberadenheid drukt zich het wezen van een wijding aan de Engelen uit, die niet bij de Engelen blijft staan, maar steeds God op het oog heeft.+De H. Bernhard van Clairvaux laat zien, wat voor een liefde wij jegens de Engelen zouden moeten beoefenen: “Hij (God!) beveelt zijn Engelen , u te behoeden op al uw wegen”.((Ps. 91,11)) Welk een eerbied moet dit woord u inboezemen, welk een overgave in u teweegbrengen en welk vertrouwen moet het u geven. Eerbied vanwege hun aanwezigheid, overgave vanwege hun welwillendheid, vertrouwen vanwege hun bescherming…Laat ons dus deze grote beschermers toegedaan en hen dankbaar zijn, hun liefde beantwoorden en ze eren, zoveel wij maar kunnen, zoals het onze plicht gebiedt. Heel onze liefde en verering moeten echter Hem gelden, door Wie hun en ons alles geschonken wordt, ook dat wij kunnen vereren en beminnen alsook eer en liefde ontvangen”.((Sermo 12 in Ps. 90))  In zulk een gezindheid van verering, overgave, dankbaarheid en vastberadenheid drukt zich het wezen van een toewijding aan de Engelen uit, die niet bij de Engelen blijft staan, maar steeds God op het oog heeft.
-===Over de geschiedenis van de Engelenwijding===+===Over de geschiedenis van de toewijding aan de H. Engelen===
-In het Oude Verbond stelde God Zelf zijn volk onder de bescherming van de heilige Engelen.((Vgl. Ex. 23,20; Dan. 10,13.21;12,1))  Als  Vorst van de hemelse Legerscharen werd St. Michaël als bijzondere verdediger van het volk Gods aangezien.((Vgl. Dan. 10,21; Openb. 12,7)) In de Kerk gaat de verering van de aartsengel Michaël terug op de eerste eeuwen. Al in de vroegste tijden werden ook de andere {{  :angeli.jpg?200|H. Engelen}}heilige Engelen vereerd. Als spoedig werden kerken aan hun toegewijd en werd het volk Gods onder hun hoede en beschermheerschap gesteld. Toen na het Concilie van Trente((1545-1563)) de wijdingen aan het Hart van Jezus en Maria opbloeiden, waren er op allerlei plaatsen ook al wijdingen aan de heilige Engelen. In de 19e eeuw werden deze wijdingen tot een veel verspreide en erkende vorm van godsdienstigheid. Meerdere broederschappen ter ere van de H. Engelen verbonden de opname van nieuwe leden  met een dergelijke wijding. De Kerk heeft zulke verenigingen op vele wijzen bevorderd en de betreffende wijdingsgebeden goedgekeurd.+In het Oude Verbond stelde God Zelf zijn volk onder de bescherming van de heilige Engelen.((Vgl. Ex. 23,20; Dan. 10,13.21;12,1))  Als  Vorst van de hemelse Legerscharen werd St. Michaël als bijzondere verdediger van het volk Gods aangezien.((Vgl. Dan. 10,21; Openb. 12,7)) In de Kerk gaat de verering van de aartsengel Michaël terug op de eerste eeuwen. Al in de vroegste tijden werden ook de andere {{  :angeli.jpg?200|H. Engelen}}heilige Engelen vereerd. Als spoedig werden kerken aan hun toegewijd en werd het volk Gods onder hun hoede en beschermheerschap gesteld. Toen na het Concilie van Trente((1545-1563)) de toewijdingen aan het Hart van Jezus en Maria opbloeiden, waren er op allerlei plaatsen ook al toewijdingen aan de heilige Engelen. In de 19e eeuw werden deze toewijdingen tot een veel verspreide en erkende vorm van godsdienstigheid. Meerdere broederschappen ter ere van de H. Engelen verbonden de opname van nieuwe leden  met een dergelijke toewijding. De Kerk heeft zulke verenigingen op vele wijzen bevorderd en de betreffende wijdingsgebeden goedgekeurd.
-In de wijding aan de H. Engelen komt de eenheid van de pelgrimerende en triomferende Kerk tot uitdrukking. De H. Augustinus schrijft: “Deze beide delen van de Kerk zullen ooit ook één zijn in het gezamenlijke geluk van de eeuwigheid, ja, zij zijn reeds nu door de band der liefde een gemeenschap, die geen ander doel heeft dan de verering Gods”.((Enchiridion, cap. XV))  En in de na-conciliaire catechismus lezen wij: “In het geloof heeft het christelijk leven reeds hier op aarde deel aan de gelukzalige gemeenschap van de in God verenigde Engelen en mensen”.((KKK, nr. 336))+In de toewijding aan de H. Engelen komt de eenheid van de pelgrimerende en triomferende Kerk tot uitdrukking. De H. Augustinus schrijft: “Deze beide delen van de Kerk zullen ooit ook één zijn in het gezamenlijke geluk van de eeuwigheid, ja, zij zijn reeds nu door de band der liefde een gemeenschap, die geen ander doel heeft dan de verering Gods”.((Enchiridion, cap. XV))  En in de na-conciliaire catechismus lezen wij: “In het geloof heeft het christelijk leven reeds hier op aarde deel aan de gelukzalige gemeenschap van de in God verenigde Engelen en mensen”.((KKK, nr. 336))
===Betrekkingen tot doopsel en religieuze professie=== ===Betrekkingen tot doopsel en religieuze professie===
-Zoals de wijding aan de Moeder van God, is ook de wijding aan de heilige Engelen een verbond, dat gevestigd is op de wijding aan Christus in het sacrament van het doopsel. In het doopsel verzaken wij aan de gevallen Engelen en zeggen: “Ja” tot Christus. Dit “Ja” tot Christus en de vereniging met Hem brengt niet alleen de verbondenheid met onze medemensen in de Kerk met zich, maar al evenzeer de gemeenschap met de H. Engelen,((Vgl. Hebr. 12,22 vv)) omdat Christus niet alleen het hoofd is van de mensen, maar ook dat van de Engelen.((Vgl. Summa Theol. III.8.4sc; Kol. 2,10)) Meerdere kerkvaders wijzen op het verband van het doopsel met de wereld van de H. Engelen. De H. Cyrillus van Jeruzalem schrijft: “Broeders, ieder van u – dopelingen – moet in tegenwoordigheid van tienduizenden Engelen aan god voorgesteld worden. De Heilige Geest zal uw zielen bezegelen. Gij zult opgenomen worden in de legerdienst van de grote Koning”.((Catech. III 3))+Zoals de toewijding aan de Moeder van God, is ook de toewijding aan de heilige Engelen een verbond, dat gevestigd is op de toewijding aan Christus in het sacrament van het doopsel. In het doopsel verzaken wij aan de gevallen Engelen en zeggen: “Ja” tot Christus. Dit “Ja” tot Christus en de vereniging met Hem brengt niet alleen de verbondenheid met onze medemensen in de Kerk met zich, maar al evenzeer de gemeenschap met de H. Engelen,((Vgl. Hebr. 12,22 vv)) omdat Christus niet alleen het hoofd is van de mensen, maar ook dat van de Engelen.((Vgl. Summa Theol. III.8.4sc; Kol. 2,10)) Meerdere kerkvaders wijzen op het verband van het doopsel met de wereld van de H. Engelen. De H. Cyrillus van Jeruzalem schrijft: “Broeders, ieder van u – dopelingen – moet in tegenwoordigheid van tienduizenden Engelen aan God voorgesteld worden. De Heilige Geest zal uw zielen bezegelen. Gij zult opgenomen worden in de legerdienst van de grote Koning”.((Catech. III 3))
Paus Leo de Grote beschrijft de christelijke belijdenis en de genade van de verlossing door Christus als een eed, afgelegd op het vaandel, waardoor wij worden tot strijders in het hemelse leger. Paus Leo de Grote beschrijft de christelijke belijdenis en de genade van de verlossing door Christus als een eed, afgelegd op het vaandel, waardoor wij worden tot strijders in het hemelse leger.
Regel 104: Regel 104:
Het verlangen naar een leven in gemeenschap met de H. Engelen beperkt zich evenwel niet tot de godgewijde stand: “Men kan ontelbare bladzijden van christelijke literatuur aanvoeren met geloofwaardige en heerlijke getuigenissen van de hunkering naar de Stad van de Engelen, die ‘grote, wijdse en hemelse Stad’, wier burgers  ‘zich verheugen in de aanschouwing Gods’, omdat God Zelf het steeds nieuwe schouwspel is, dat de zaligen schouwen”.((Carcia Colombàs, Paraiso y Vida Angélica, Montserrat 1958)) Het verlangen naar een leven in gemeenschap met de H. Engelen beperkt zich evenwel niet tot de godgewijde stand: “Men kan ontelbare bladzijden van christelijke literatuur aanvoeren met geloofwaardige en heerlijke getuigenissen van de hunkering naar de Stad van de Engelen, die ‘grote, wijdse en hemelse Stad’, wier burgers  ‘zich verheugen in de aanschouwing Gods’, omdat God Zelf het steeds nieuwe schouwspel is, dat de zaligen schouwen”.((Carcia Colombàs, Paraiso y Vida Angélica, Montserrat 1958))
-===Over het wezen van een wijding aan de H. Engelen===+===Over het wezen van een toewijding aan de H. Engelen===
-**De wijding aan de H. Engelen is een verbond**. De in het doopsel impliciet voltrokken gemeenschap met de H. Engelen wordt door de wijding bewust en uitdrukkelijk beaamd. De mens vertrouwt zich in broederlijke liefde aan de H. Engelen toe als aan de geheel heilige, reeds onherroepelijk met God verenigde broeders en medeknechten voor God.((Vgl. Openb. 19,10; 22,9)) Daardoor stelt hij zich bewust open voor hun dienstbaarheid en hulp. Tegelijk verplicht zich de mens tot luisteren naar en gehoorzamen aan hun vermaningen,((Vgl. Ex. 23,21)) die steeds de verheerlijking van God en de vervulling van zijn Wil tot voorwerp hebben. Hij streeft naar een innige samenwerking met hen tot uitbreiding en verdediging van het Rijk Gods op aarde en naar een zo volmaakt leven als mogelijk als lid van de heilige Kerk.+**De toewijding aan de H. Engelen is een verbond**. De in het doopsel impliciet voltrokken gemeenschap met de H. Engelen wordt door de toewijding bewust en uitdrukkelijk beaamd. De mens vertrouwt zich in broederlijke liefde aan de H. Engelen toe als aan de geheel heilige, reeds onherroepelijk met God verenigde broeders en medeknechten voor God.((Vgl. Openb. 19,10; 22,9)) Daardoor stelt hij zich bewust open voor hun dienstbaarheid en hulp. Tegelijk verplicht zich de mens tot luisteren naar en gehoorzamen aan hun vermaningen,((Vgl. Ex. 23,21)) die steeds de verheerlijking van God en de vervulling van zijn Wil tot voorwerp hebben. Hij streeft naar een innige samenwerking met hen tot uitbreiding en verdediging van het Rijk Gods op aarde en naar een zo volmaakt leven als mogelijk als lid van de heilige Kerk.
-Een wijding aan de H. Engelen maakt ernst met hun heilszending jegens de mensen als dienaren van Christus.((Vgl. KKK, nr. 331))  Zij betekent een vrijwillige binding aan de heilige Engelen, om met hun bijstand en in navolging van hun deugden naar de bij ons mensen passende christelijke volmaaktheid te streven en samen met hen in de apostolische zending van de Kerk tot heil van de zielen mee te werken. +Een toewijding aan de H. Engelen maakt ernst met hun heilszending jegens de mensen als dienaren van Christus.((Vgl. KKK, nr. 331))  Zij betekent een vrijwillige binding aan de heilige Engelen, om met hun bijstand en in navolging van hun deugden naar de bij ons mensen passende christelijke volmaaktheid te streven en samen met hen in de apostolische zending van de Kerk tot heil van de zielen mee te werken. 
-Door de wijding aan Maria verricht de mens alle werken door, met en in Maria, om ze nog volmaakter met en in Christus te volbrengen. Insgelijks geldt ook voor de wijding aan de Engelen: de mens streeft ernaar, alles zoveel als mogelijk zoals de H. Engelen en met hen te doen, om nog volmaakter met Christus verenigd en in Hem omgevormd te worden.+Door de toewijding aan Maria verricht de mens alle werken door, met en in Maria, om ze nog volmaakter met en in Christus te volbrengen. Insgelijks geldt ook voor de toewijding aan de Engelen: de mens streeft ernaar, alles zoveel als mogelijk zoals de H. Engelen en met hen te doen, om nog volmaakter met Christus verenigd en in Hem omgevormd te worden.
P. William Wagner ORC P. William Wagner ORC