Het bestaan van de Engelen - een geloofswaarheid

328. Het bestaan van geestelijke, niet lichamelijke wezens die de Schrift gewoonlijk engelen noemt, is een geloofswaarheid. Het getuigenis van de Schrift is even duidelijk als de eenstemmigheid in de Overlevering dit is.

Wie zijn zij?

329. De heilige Augustinus zegt over hen: `Engel' geeft de functie aan, niet de natuur. Vraagt gij naar de naam van deze natuur? Dat is geest. Vraagt gij naar de functie? Dat is Engel. Naar wat hij is, is het een geest, naar wat hij doet, is het een Engel'. De Engelen zijn met heel hun wezen dienaren en boodschappers van God: Aangezien zij 'voortdurend het aangezicht van mijn Vader die pers in de hemel is' 1) aanschouwen, zijn zij 'uitvoerders van zijn bevel' 2).

330. Als louter geestelijke wezens beschikken zij over intelligentie en wil; het zijn persoonlijke en onsterfelijke schepselen. Zij overtreffen alle zichtbare schepselen in volmaaktheid. De glans van hun heerlijkheid is er de getuige van.

terug

1) Mt. 18,10
2) Ps. 103,20